Legadvies

1.  De bovenste grondlaag wordt uitgegraven. De diepte is afhankelijk van de uiteindelijk te dragen last. Bij personenauto’s: 20- 30 cm diep. Bij zeer slecht waterdoorlaatbare grondsoorten adviseren wij 40 cm uit te graven.

5. Daarna kunt u de bodemplaten het beste in rijen uitleggen.

6.  Oppervlak aantrillen.

2.  Leg de randbegrenzing aan of inspecteer bestaande randbegrenzingen.

7.  Bodemplaten worden gevuld met een mengsel van compost en lavasteen of teelaarde. Zaai het graszaad in en dek af met een dunne laag zand (ter voorkoming van wegwaaien). Gebruik graszaad dat geschikt is voor een droge bodem.

3.  Vul het geheel 10 tot 20 cm egaal op met gebroken puin. Breng vervolgens een laag van ca. 4 cm zand met compost en gemengde grond aan en egaliseer de bodem.

8.  Besproei het oppervlak zodanig dat de vulling ca. 1 cm onder de rand van de grasplaat komt te staan. Houd tenslotte de ondergrond goed vochtig, totdat het gras begint op te komen.

4.  Ondergrond egaliseren en aantrillen.

Gebruik graszaad dat ook geschikt is voor droge bodems. Gebruik voor de vulling van de bodemplaat teelaarde met compost of zand.  Vullaag voor het egaliseren: vul met gele zond ca. 4 cm. Gebroken puin: 15 tot 55 cm (afhankelijk van de belasting).

Voorbeeld van laagdiktes
– opritten 20-25 cm
– parkeerplaatsen 25-30 cm
– zware vrachtwagens 45-55 cm

Advies voor opbouw van een verharding met gras-kunststofplaten

A.1 Fundering

A.1.1 Fundering voor intensieve belasting (wegberm) – gebruiksklasse A

  • Afgegraven en geëgaliseerde koffer met 1 tot 3 % helling.
  • Geotextiel volgens de bepalingen van PTV 829 – tabel 2: geotextiel gebruikt in de wegenbouw, toepassing ‘wegen (baanbed)’.
  • Laag verdichte steenslag 10/32 met een dikte van 0,30 m tot 0,50 m (eventueel met 10 % tot 20 % grond). De laagdikte in functie van de draagkracht van de ondergrond.
  • Geotextiel volgens de bepalingen van PTV 829 – tabel 5: geotextiel voor gebruik in drainagesystemen, met een dikte van minimaal 1,5 mm (bij 2kPa).
  • Bestratingsbed van 3 tot 5 cm porfiersteenslag 2/7 (eventueel met 30 % zand).
  • Gras-kunststofplaat met vulling volgens A.3.

Noot 1:
De verharding dient te allen tijde doorlatend te zijn, waardoor kalksteen, dolomiet of gebroken puin als materiaal uitgesloten zijn. Het gebruik van een discontinue korrel voorkomt waterplassen.

Noot 2:
De fundering moet voldoen aan een draagkracht van 110 MPa (plaatproef).

A.1.2 Fundering voor gewone belasting (parking) – gebruiksklasse B

  • Afgegraven en geëgaliseerde koffer met 1 tot 3 % helling.
  • Geotextiel volgens de bepalingen van PTV 829 – tabel 2: geotextiel gebruikt in de wegenbouw, toepassing ‘wegen (baanbed)’.
  • Laag verdichte steenslag 10/32 met een dikte van 0,20 m tot 0,30 m (eventueel met 10 % tot 20 % grond). De laagdikte in functie van de draagkracht van de ondergrond.
  • Geotextiel volgens de bepalingen van PTV 829 – tabel 5: geotextiel voor gebruik in drainagesystemen, met een dikte van minimaal 1,5 mm (bij 2kPa).
  • Bestratingsbed van 3 tot 5 cm porfiersteenslag 2/7 (eventueel met 30% zand).
  • Gras-kunststofplaat met vulling volgens A.3.

Noot 1:
De verharding dient te allen tijde doorlatend te zijn waardoor kalksteen, dolomiet of gebroken puin als materiaal uitgesloten zijn. Het gebruik van een discontinue korrel voorkomt waterplassen.

Noot 2:
De fundering moet voldoen aan een draagkracht van 110 MPa (plaatproef)

A.1.3 Fundering voor lichte belasting (voetgangers) – gebruiksklasse C

  • Afgegraven en geëgaliseerde koffer met 1 tot 3 % helling.
  • Geotextiel volgens de bepalingen van PTV 829 – tabel 5: geotextiel voor gebruik in drainagesystemen, met een dikte van minimaal 1,5 mm (bij 2kPa).
  • Bestratingsbed van 3 tot 5 cm porfi ersteenslag 2/7 (eventueel met 30 % zand).
  • Gras-kunststofplaat met vulling volgens A.3.

A.2 Verankering

Het gebruik van verankeringspennen voorkomt de wrijving tussen de plaat en de fundering en is noodzakelijk bij:
– toepassing op hellende vlakken (taluds, steile opritten, etc.);
– toepassing met losse verbindingen voor gebruiksklasse B.

grind-met-parkeermarkeringbaumschutzkleinaanleg-7

A.3 Opvulling

A.3.1 Opvulling met gras

  • Het vullen van de holten gebeurt met een rijk mengsel. Een voorbeeld van een rijk mengsel is een homogeen mengsel van gebroken en geëxpandeerde kleikorrels, fijne groencompost, gewassen rivierzand en meststof.

Samenstelling van dit homogeen mengsel:

  • gebroken, geëxpandeerde kleikorrels 4/8: 30 vol. %;
  • fijne groencompost: 40 vol. %;
  • gewassen rivierzand: 30 vol. %;
  • meststof: 1 kg/m³ mengsel.
  • Vul de gras-kunststofplaat op en verwijder het overtollige materiaal (afslepen). Het mengsel mag in geen geval verdicht worden. Besproei met water of laat inregenen, zodat het vulmateriaal ongeveer 0,5 tot 1 cm onder de bovenkant van de gras-kunststofplaat zakt.
  • Zaai de gras-kunststofplaat in met een geschikt grasmengsel dat bestand is tegen dooizout, 50 g/m². Een voorbeeld van een geschikt grasmengsel is een zaaigoed dat bestaat uit een mengsel van 4 geselecteerde variëteiten van raaigras en zwenkgras (60 % Festuca Commutata (2 variëteiten) – 30 % raaigras – 10 % Festuca Rubra Rubra).

Noot 1:
Na afwerking dienen de gras-kunststofplaten zo weinig mogelijk te worden betreden of bereden, totdat er een stevige graszode is verkregen.

Noot 2:
De opvulling dient te allen tijde doorlatend te zijn. Het gebruik van een discontinue korrel voorkomt waterplassen.

A.3.2 Opvulling met steenslag

  • Vul op met fijne steenslag (vb. porfier 2/5 of porfier 2/7).
  • Sleep het overtollige materiaal af.

Noot:
De opvulling dient te allen tijde doorlatend te zijn waardoor kalksteen, dolomiet of gebroken puin als materiaal uitgesloten zijn. Het gebruik van een discontinue korrel voorkomt waterplassen.